AI-training die past bij wat iemand doet
De snelste manier om aan de AI-geletterdheidsplicht te voldoen, lijkt één e-learning voor de hele organisatie. Iedereen dezelfde module, iedereen afgevinkt, dossier compleet.
Die aanpak is lastig te onderbouwen zodra rollen uiteenlopen. Artikel 4 vraagt dat je bij je maatregelen rekening houdt met de technische kennis van de mensen, de context waarin het systeem wordt gebruikt en de personen op wie het wordt toegepast. Een kleine organisatie waar iedereen hetzelfde doet, kan na die afweging bij één module uitkomen. Waar rollen verschillen, is één module voor de een te zwaar en voor de ander te licht.
In het kort
- Eén e-learning voor de hele organisatie is lastig te onderbouwen zodra rollen uiteenlopen. Artikel 4 vraagt dat je rekening houdt met rol, context en betrokkenen.
- Vier groepen komen overal terug: incidentele gebruiker, dagelijkse gebruiker, beslisser-met-AI, en inkoper of beheerder.
- Organisatiebreed zet je drie dingen neer: welke gegevens erbuiten blijven, dat vloeiend iets anders is dan juist, en waar je terechtkunt bij twijfel.
- Twee vragen per team sorteren de gebruikers: hoe vaak, en beslist de uitkomst mee over mensen die er zelf geen stem in hebben. Wie tools kiest en beheert, wijs je apart aan.
- Begin bij de teams waarvan de uitkomsten meebeslissen over mensen. Daar legt de verordening de lat het hoogst.
Wat is rolgebaseerde AI-training?
Rolgebaseerde AI-training stemt diepgang en inhoud af op wat iemand met AI doet en wie daardoor geraakt wordt. Wie een tool gebruikt die over mensen beslist, krijgt meer dan wie AI incidenteel voor eigen teksten gebruikt.
De vier groepen die in elke organisatie terugkomen
De incidentele gebruiker. Gebruikt af en toe een tekstgenerator voor eigen stukken. De uitkomst beslist over niemand. Heeft nodig: weten welke gegevens erin mogen, en weten dat de uitkomst gecontroleerd moet worden. Omvang: een werkinstructie van één pagina en een module van een half uur.
De dagelijkse gebruiker. Werkt elke dag met AI in het eigen vak: marketing, klantenservice, support. Heeft nodig: begrip van waar het model systematisch de mist in gaat, en een werkwijze om uitkomsten te toetsen voordat ze naar buiten gaan. Omvang: twee tot vier uur, verdeeld over een paar sessies met voorbeelden uit het eigen vak.
De beslisser-met-AI. Gebruikt een tool die meeweegt in beslissingen over mensen die er zelf geen stem in hebben: sollicitanten rangschikken, verzuim voorspellen, prestaties van collega's beoordelen. Heeft nodig: begrip van bias en van de grenzen van het systeem, plus de wettelijke context: de AVG-regels voor geautomatiseerde besluitvorming, en de eisen voor hoog-risicotoepassingen bij werving, promotie, ontslag en het beoordelen van prestaties. Die eisen gelden vanaf 2 december 2027; artikel 4 geldt nu al, dus dit is het moment om deze groep op niveau te brengen. Omvang: een dagdeel met casussen uit het eigen proces, en jaarlijks een herhaling. Dit is de groep waar de verordening het meeste gewicht legt.
De inkoper en beheerder. Kiest tools, sluit contracten, beheert toegang. Heeft nodig: de risicoklassen uit de verordening, en wat een leverancier moet kunnen aantonen voordat je tekent. Omvang: een sessie van een uur of twee en een checklist voor de selectie van leveranciers. De afspraken daarover horen in je AI-beleid.
Externen tellen mee. Artikel 4 geldt ook voor mensen die namens jou met AI werken. Een ingehuurde recruiter die met jouw selectietool werkt, hoort in de zwaarste groep, net als je eigen recruiter. Neem inhuur, uitzendkrachten en bureaus daarom op in dezelfde indeling.
Wat elke groep minimaal moet kunnen
De gemene deler van alle vier de groepen is klein en concreet. Iedereen die AI gebruikt, moet drie dingen kunnen.
Benoemen welke gegevens er niet in een tool horen die buiten de organisatie draait.
Herkennen dat een vloeiend geformuleerd antwoord onjuist kan zijn.
Aangeven bij wie ze terechtkunnen als ze twijfelen. Die drie punten staan uitgewerkt in generatieve AI veilig gebruiken.
Dat is het niveau dat je organisatiebreed neerzet. Alles daarboven verdeel je per groep, en dat verschil leg je vast in je dossier.
Hoe je de indeling maakt zonder maandenlang te inventariseren
Je hoeft niet elke functie afzonderlijk te beoordelen. Twee vragen per team sorteren je gebruikers.
Eerste vraag: gebruikt dit team AI dagelijks of af en toe? Tweede vraag: beslissen de uitkomsten mee over mensen die er zelf geen stem in hebben, zoals sollicitanten, klanten of collega's?
Die twee vragen leveren drie groepen op: de incidentele gebruiker, de dagelijkse gebruiker en de beslisser-met-AI. De vierde groep wijs je apart aan. Wie tools kiest, contracten sluit en toegang beheert, vind je in inkoop en IT, ook als die mensen zelf nooit met AI werken. Teams die dagelijks werken met systemen die over mensen meebeslissen, komen bovenaan je lijst. Daar begin je.
Wie de bestaande skills van teams al in kaart heeft, kan die indeling erop leggen. De methodiek daarvoor staat in bekwaamheid meten.
Waar de verordening de lat het hoogst legt
Artikel 4 noemt expliciet dat je rekening houdt met de personen of groepen op wie het AI-systeem wordt toegepast. De volledige tekst staat in AI-geletterdheid verplicht. Dat is de bepaling die de beslisser-met-AI uit de vorige paragraaf op zijn eigen niveau zet.
Concreet: een tool die sollicitanten rangschikt, raakt mensen die zelf geen stem hebben in hoe die tool werkt en die het resultaat vaak nooit te zien krijgen. Van de medewerker die zo'n tool gebruikt, mag je meer begrip verwachten dan van iemand die een vergaderverslag laat samenvatten.
Waar dat verschil in je aanpak terug te zien is, houdt je dossier stand. Waar iedereen dezelfde module kreeg, ligt de vraag open waarom je dacht dat dat passend was.
Veelgestelde vragen
Artikel 4 spreekt over personeel en anderen die namens de organisatie met AI-systemen werken. Wie nooit met AI werkt, valt daarbuiten. In de praktijk is die groep kleiner dan organisaties denken, doordat AI in bestaande software is ingebouwd.
Voor incidentele gebruikers volstaat vaak een half uur plus een werkinstructie. Voor wie dagelijks met AI werkt ligt het tussen twee en vier uur. Voor wie systemen gebruikt die over mensen meebeslissen, is een dagdeel een werkbare start, met jaarlijkse herhaling.
Ja, wanneer zij namens jouw organisatie met AI-systemen werken. In de praktijk vraag je hen aan te tonen dat hun eigen mensen op niveau zijn, en leg je die toezegging vast bij het contract.
De verordening noemt geen frequentie. Voor groepen die met risicovollere toepassingen werken is jaarlijks een werkbaar ritme, met een tussentijdse update wanneer een tool of werkwijze wezenlijk verandert.
Deels. AVG-training dekt de omgang met persoonsgegevens en dat overlapt. De AI-specifieke onderdelen, zoals de grenzen van een model en het herkennen van onjuiste uitkomsten, zitten er doorgaans niet in.
Benieuwd waar jullie AI-geletterdheid nu staat?
Met Studytube kies je voor leren met impact. Ontdek hoe ons leerplatform het leren in jouw organisatie naar een hoger niveau tilt — we laten het je graag zien tijdens een vrijblijvende demo.


